Als het in Belo Horizonte kan

Kan het ook in Nederland

Belo Horizonte geldt als een uniek voorbeeld als het aankomt op een publiek voedselsysteem. Begin jaren negentig zette de stad onder leiding van een charismatische burgemeester een goedlopend systeem van publieke restaurants op. Daaronder lag een goedwerkend lokaal systeem waarin alle relevante ketenpartijen in ieder functionerend voedselsysteem een rol kregen. Wat kan Nederland daarvan leren?

De geschiedenis van het SMASAN project in de Braziliaanse stad Belo Horizonte is een opmerkelijke. Met een opvallend veelomvattend programma heeft het initiatief wereldwijd waardering geoogst. Het geldt als inspiratiebron voor tal van initiatieven op andere plaatsen. Welke lessen kan Nederland specifiek trekken uit het voorbeeld van Belo Horizonte?

De skyline van downtown Belo Horizonte –

Lees hier meer over de ontwikkeling van het SMASAN project in Belo Horizonte.

1. Inspirerend leiderschap

Een opvallend element aan het verhaal van Belo Horizonte, is het begin. Het is niet eenvoudig om een publiek systeem te initiëren, want dat zaagt per definitie aan het bestaande systeem: het marktsysteem dat tot nu toe het enige is. Dat vergt politieke durf, overtuigingskracht, een zekere lak aan conventies en uithoudingsvermogen. Dat zijn allemaal eigenschappen die worden toegeschreven aan Patrus Ananias de Souza, de burgemeester die het project in Belo Horizonte begin jaren negentig op poten zette. Een belangrijk onderdeel erbij is wellicht de persoonlijke motivatie die hij had. In een video beschreef Patrus Ananias hoe hij opgroeide temidden van grote armoede, wat evenzo grote indruk op hem maakte. Deze intrinsieke wens daar verlichting in te brengen is – hoe dramatisch het ook is – een overtuigende waarde gebleken in zijn politiek.

 
In Nederland is armoede een minder intens gevoeld probleem, dus dat is minder geschikt als drijvende kracht achter de politieke wens iets te veranderen aan het voedselsysteem. Dat wil niet zeggen dat er geen armoede is – dat is helaas zeker niet het geval.  Eén op de zeven Nederlanders kampt met voedselonzekerheid. Maar die onzekerheid resultaat vaak in het overmatig consumeren van ongezond voedsel. Niet minder dan de helft van de Nederlanders kampt met overgewicht door een overaanbod van goedkoop, maar calorierijk voedsel dat arm is aan essentiële voedingsstofffen. 

2. Een betrokken ecosysteem

Ere wie ere toekomst, natuurlijk. Burgemeester Patrus Ananias wás een belangrijke figuur, omdat hij politiek gezien verantwoordelijkheid nam voor het programma. Maar laten we het ook nuanceren: zo’n project kan je niet alleen opzetten. Een inpirerende, overtuigende, welwillende politicus die in staat is een team ambtenaren en medewerkers te mobiliseren, is niet genoeg: je hebt ook een welwillend ecosysteem nodig.

In Belo Horizonte werd dat ecosysteem gevonden door lokale boeren te vragen te gaan produceren voor de restaurantes populares, de volksrestaurants die de stad inrichtte om de bevolking van voldoende gezond voedsel te voorzien. Daarnaast werden marktkooplieden ondersteund als zij verse producten aan de man wilden brengen. In veel grote steden hebben marktlieden het juist lastig door steeds strengere regels.

Ook in Nederland zouden steden een poging kunnen wagen lokale boeren aan zich te binden. De uitdaging ligt echter vooral in het creeëren van voldoende zekerheid voor de agrariërs. Anders dan in Brazilië zijn boeren hier meestal gericht op de (internationale) markt. Er moet veel geproduceerd worden, voor weinig. Wil je boeren betrekken bij een voedselproject in de stad, dan zal je moeten zorgen dat hun bijdrage hen niets kost: geen extra gedoe met sorteren en transport en een vergelijkbare prijs als op de markt.

3. Schaal is cruciaal

Voor wie zich niet dagelijks met voedselproductie of -verwerking bezighoudt, is het soms moeilijk te overzien hoe omvangrijk de systemen die ons voeden vaak zijn. Bij het organiseren van een gemeentelijke basisvoorziening voor voedsel moet je daar rekening mee houden: het is veel werk, dus àls je het doet, moet je een serieuze hoeveelheid doen.

In Belo Horizonte serveert het SMASAN programma iedere dag 12.000 tot 14.000 maaltijden. Dat is een serieuze hoeveelheid eten. Tegelijkertijd is het belangrijk te beseffen dat er in Belo Horizonte zo’n 2,5 miljoen mensen wonen. Op zoveel bewoners lijken de aantallen in het niet te vallen. Toch is de les: schaal is cruciaal. Want bijna 15.000 maaltijden is een serieuze omvang, hoe je het ook meet. Bovendien zijn de maaltijden uit de volksrestaurants niet de enige connectie die het programma met de bewoners heeft. Ook via de markten, de educatieprogramma’s en de stadslandbouw is het programma dagelijks aanwezig in de levens van de stedelingen. In totaal komt zo’n twaalf procent van de bevolking dagelijks in contact met het SMASAN programma; zo’n 300.000 mensen.

In Nederland is het verklrijgen van dergelijke schaal misschien wel de grootste uitdaging. Over het algemeen zijn de voedselgewoontes van Nederlanders erop gericht om zelf eten te kopen. De ‘gewone’ consument zou daarom niet direct de doelgroep moeten zijn (al is hij altijd welkom). In plaats daarvan kan schaal gezocht worden in overheidsinstellingen die sowieso in voedsel voor hun personeel moeten voorzien. Denk aan het bedrijfsrestaurant van een stadhuis of een provinciehuis [LINK hiernaast]. Als er verschillende partijen kunnen worden gevonden om samen gezond en duurzaam voedsel in te kopen, komt een gemeentelijke basisvoorziening voor voedsel dichterbij.

4. Eten om trots op te zijn

Een belangrijke les die te leren valt uit het project in Belo Horizonte, is dat voedsel en trots samengaan. Als je te weinig inkomsten hebt om jezelf en je familie van voldoende voedsel te voorzien, brengt dat schaamte en ongemak met zich mee. Iets wat ervoor kan zorgen dat mensen die het wèl nodig hebben toch liever niet gebruik maken van de met veel goede bedoelingen opgerichte publieke basisvoorziening voor voedsel. 

In Belo Horizonte was men zich hier terdege van bewust. De restaurantes polulares zijn nadrukkelijk ingericht als reguliere eterij en juist niet als gaarkeuken of enige andere vorm van armenhulp. In Belo Horizonte doet men dat bijvoorbeeld door echt bestek en goed servies te gebruiken. Daarbij snijdt ook het spreekwoordelijke mes aan twee kanten: niet alleen voelen mensen met weinig te besteden zich op waarde geschat, het zorgt er ook voor dat ook mensen met meer te besteden zich thuis voelen in het de restaurantes. Daardoor zijn de eterijen daadwerkelijk volksrestaurants: mensen uit alle lagen van de bevolking komen hier samen. Een beetje zoals een park of een bibliotheek bedoelt is te functioneren; een echte basisvoorziening!

Hoe je zorgt dat alle mensen zich thuisvoelen bij een publieke basisvoorziening voor voedsel, dat verschilt per samenleving. In Nederland is het uitdelen van goed bestek en servies misschien meer gemeengoed. Maar het is goed dat voorbeeld in je hoofd te houden terwijl je nadenkt over hoe je een voorziening op dit vlak inricht.

5. Lange adem

Dit is misschien een open deur, maar: het voedselsysteem verander je niet in één dag. Het succes van Belo Horizonte is in belangrijke mate gestoeld op het feit dat er van het begin af aan een team met een serieuze hoeveelheid ambtenaren en medewerkers werd samengesteld. Vanaf het begin af aan werkten 180 mensen aan het doel: alle voedselgerelateerde activiteiten in de stad, waaronder activiteiten die eerst ondergebracht waren bij andere departementen moesten gestroomlijnd worden. 

Deze les lijkt wellicht op les 3 over schaal. Maar het gaat om tijd: door te erkennen hoe groot de omvang van het bestaande voedselsysteem is en daarop te schakelen, creëer je ook de tijdsschaal en het uithoudingsvermogen die nodig zijn om veranderingen te laten postvatten. 

Deze les is makkelijker gezegd dan in de praktijk gebracht. Het ontbreekt in Nederland allerminst aan goede initiatieven, maar velen ervan is uiteindelijk geen lang leven beschoren. Juist daarom zou het goed zijn als er in Nederland initiatieven meer steun krijgen om zich ook op de lange termijn te blijven inzetten.